1.het begin
2.de voortgang
3.het einde van zijn wandel
Genesis 5:1-5 en 15-27
[1] Dit is het boek van de afstammelingen van Adam. Op de dag dat God Adam schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis van God.
[2] Mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen, en Hij zegende hen en gaf hun de naam mens, op de dag dat ze geschapen werden.
[3] Adam leefde honderddertig jaar, en verwekte een zoon naar zijn gelijkenis, naar zijn beeld; en hij gaf hem de naam Seth.
[4] Adams dagen waren, nadat hij Seth verwekt had, achthonderd jaar; en hij verwekte zonen en dochters.
[5] Al de dagen dat Adam leefde, waren negenhonderddertig jaar; en hij stierf.
[15] Mahalaleël leefde vijfenzestig jaar, en verwekte Jered.
[16] En Mahalaleël leefde, nadat hij Jered verwekt had, achthonderddertig jaar; en hij verwekte zonen en dochters.
[17] Al de dagen van Mahalaleël waren achthonderdvijfennegentig jaar; en hij stierf.
[18] Jered leefde honderdtweeënzestig jaar, en verwekte Henoch.
[19] En Jered leefde, nadat hij Henoch verwekt had, achthonderd jaar; en hij verwekte zonen en dochters.
[20] Al de dagen van Jered waren negenhonderdtweeënzestig jaar; en hij stierf.
[21] Henoch leefde vijfenzestig jaar, en verwekte Methusalach.
[22] En Henoch wandelde met God, nadat hij Methusalach verwekt had, driehonderd jaar; en hij verwekte zonen en dochters.
[23] Al de dagen van Henoch waren driehonderdvijfenzestig jaar.
[24] Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God nam hem weg.
[25] Methusalach leefde honderdzevenentachtig jaar, en verwekte Lamech.
[26] En Methusalach leefde, nadat hij Lamech verwekt had, zevenhonderdtweeëntachtig jaar; en hij verwekte zonen en dochters.
[27] Al de dagen van Methusalach waren negenhonderdnegenenzestig jaar; en hij stierf.
Hebreeën 11:5-6
[5] Door het geloof werd Henoch weggenomen, opdat hij de dood niet zou zien. En hij werd niet gevonden, omdat God hem weggenomen had. Vóór zijn wegneming kreeg hij namelijk het getuigenis dat hij God behaagde.
[6] Zonder geloof is het echter onmogelijk God te behagen. Want wie tot God komt, moet geloven dat Hij is, en dat Hij beloont wie Hem zoeken.