ds. S.T. Lagendijk | De Heere en Petrus in het huis van de hogepriester

Datum:
22/03/2026
Predikant:
S.T. Lagendijk
Thema:
De Heere en Petrus in het huis van de hogepriester
Punten:

1. Petrus
2. De Heere

Schriftlezing:

Lukas 22:47-65
[47] En terwijl Hij nog sprak, zie, een menigte; en een van de twaalf, die Judas heette, liep voor hen uit en kwam bij Jezus om Hem te kussen.
[48] En Jezus zei tegen hem: Judas, verraadt u de Zoon des mensen met een kus?
[49] En toen zij die bij Hem waren, zagen wat er ging gebeuren, zeiden ze tegen Hem: Heere, zullen wij er met het zwaard op in slaan?
[50] En een van hen trof de dienaar van de hogepriester en sloeg hem zijn rechteroor af.
[51] Maar Jezus antwoordde en zei: Laat hen tot hiertoe begaan. En Hij raakte zijn oor aan en genas hem.
[52] En Jezus zei tegen de overpriesters, de bevelhebbers van de tempelwacht en de oudsten die op Hem afgekomen waren: Bent u eropuit gegaan met zwaarden en stokken als tegen een misdadiger?
[53] Toen Ik dagelijks bij u was in de tempel, hebt u de handen niet naar Mij uitgestoken. Maar dit is uw uur en de macht van de duisternis.
[54] En zij namen Hem gevangen en voerden Hem weg en brachten Hem in het huis van de hogepriester. En Petrus volgde op een afstand.
[55] En toen zij een vuur aangestoken hadden midden op de binnenplaats, en zij samen daaromheen waren gaan zitten, ging Petrus in hun midden zitten.
[56] En een zeker dienstmeisje zag hem bij het vuur zitten en zei, met haar ogen op hem gericht: Ook hij was bij Hem.
[57] Maar hij verloochende Hem en zei: Vrouw, ik ken Hem niet.
[58] En kort daarna zag een ander hem en zei: Ook u bent een van hen. Maar Petrus zei: Mens, dat ben ik niet.
[59] En ongeveer een uur later bevestigde een ander met stelligheid: Het is werkelijk waar, ook hij was bij Hem, want hij is ook een Galileeƫr.
[60] Maar Petrus zei: Mens, ik weet niet wat u zegt. En onmiddellijk, terwijl hij nog sprak, kraaide de haan.
[61] En de Heere keerde Zich om en keek Petrus aan. En Petrus herinnerde zich het woord van de Heere, hoe Hij tegen hem gezegd had: Voordat de haan gekraaid zal hebben, zult u Mij driemaal verloochend hebben.
[62] En Petrus ging naar buiten en huilde bitter.
[63] En de mannen die Jezus vasthielden, bespotten Hem en sloegen Hem.
[64] En nadat ze Zijn gezicht bedekt hadden, sloegen zij Hem in het gezicht en vroegen Hem: Profeteer, wie is het die U geslagen heeft?
[65] En vele andere lasterlijke dingen zeiden zij tegen Hem.