ds. S.T. Lagendijk | Ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij

Datum:
05/04/2026
Predikant:
S.T. Lagendijk
Bijzonderheden:
Belijdenisdienst
Thema:
Ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij
Punten:

1. Ik ben met Christus gekruisigd
2. Christus leeft in mij

Schriftlezing:

Galaten 2:11-21
[11] Maar toen Petrus naar Antiochiƫ gekomen was, ging ik openlijk tegen hem in, omdat hij te veroordelen was.
[12] Want voordat er enkelen uit de kring van Jakobus gekomen waren, at hij samen met de heidenen; maar toen zij kwamen, trok hij zich terug en zonderde zich af uit vrees voor hen die van de besnijdenis waren.
[13] En ook de andere Joden huichelden met hem mee, zodat zelfs Barnabas zich door hun huichelarij liet meeslepen.
[14] Maar toen ik zag dat zij niet juist wandelden, overeenkomstig de waarheid van het Evangelie, zei ik tegen Petrus in het bijzijn van allen: Als u die een Jood bent, naar heidens gebruik leeft en niet naar Joods gebruik, waarom dwingt u dan de heidenen op de Joodse manier te leven?
[15] Wij, die van nature Joden zijn, en geen zondaars uit de heidenen,
[16] weten dat een mens niet gerechtvaardigd wordt uit werken van de wet, maar door het geloof in Jezus Christus. En ook wij zijn in Christus Jezus gaan geloven, opdat wij gerechtvaardigd zouden worden uit het geloof van Christus en niet uit werken van de wet. Immers, uit werken van de wet wordt geen vlees gerechtvaardigd.
[17] Maar als wij, die in Christus verlangen gerechtvaardigd te worden, ook zelf zondaars blijken te zijn, is Christus dan een dienaar van de zonde? Volstrekt niet!
[18] Want als ik dat wat ik afgebroken heb, weer opbouw, dan bewijs ik daarmee dat ik zelf een overtreder ben.
[19] Want ik ben door de wet voor de wet gestorven, opdat ik voor God zou leven.
[20] Ik ben met Christus gekruisigd; en niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij; en voor zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.
[21] Ik doe de genade van God niet teniet; want als er gerechtigheid door de wet zou zijn, dan was Christus tevergeefs gestorven.