1. Het vertrouwen (vs. 1-2)
2. Vertrouwen vanwege de heerschappij van de HEERE (vs. 3)
3. Twee gevolgen van deze heerschappij (vs. 4-5)
Psalm 125:
1. Een pelgrimslied.
Wie op de HEERE vertrouwen, zijn als de berg Sion, die niet wankelt, maar voor eeuwig blijft.
2. Rondom Jeruzalem zijn bergen, zo is de HEERE rondom Zijn volk, van nu aan tot in eeuwigheid.
3. Want de scepter van de goddeloosheid zal niet voorgoed rusten op het erfdeel van de rechtvaardigen;
opdat de rechtvaardigen hun handen niet uitstrekken naar onrecht.
4. Doe goed, HEERE, aan wie goed zijn en aan hen die oprecht zijn in hun hart.
5. Maar wie zich neigen tot kronkelwegen, zal de HEERE doen verdwijnen, met hen die onrecht bedrijven.
Vrede over Israƫl!